Learn how to use echtgenoot in a Dutch sentence. Over 59 hand-picked examples.
John zal een goede echtgenoot en vader zijn.
Translate from Dutch to English
Een vrouw wier echtgenoot overleden is, heet een weduwe.
Translate from Dutch to English
Zij zal voor altijd van haar echtgenoot houden.
Translate from Dutch to English
Hij zal een goede echtgenoot zijn.
Translate from Dutch to English
Zij is spraakzaam, maar haar echtgenoot is helemaal tegengesteld en spreekt nooit.
Translate from Dutch to English
Hij toonde zich een ideale echtgenoot.
Translate from Dutch to English
Wijlen haar echtgenoot was violist.
Translate from Dutch to English
Ze had haar echtgenoot niet graag.
Translate from Dutch to English
Mijn echtgenoot verdient honderdduizend dollar per jaar.
Translate from Dutch to English
Ze haatte haar echtgenoot.
Translate from Dutch to English
Een vrouw, wier echtgenoot is overleden, noemt men weduwe.
Translate from Dutch to English
Zij wist wat het voor een getrouwde vrouw betekende om voor het huis, de echtgenoot, en de kinderen te zorgen.
Translate from Dutch to English
Wie zijn mond houdt als hij gelijk heeft, is een echtgenoot.
Translate from Dutch to English
De echtgenoot van de zuster van mijn vader is mijn oom.
Translate from Dutch to English
Het spreekt voor zich dat je echtgenoot mee mag komen op het feest.
Translate from Dutch to English
Het spreekt van zelf dat je echtgenoot mee mag komen op het feest.
Translate from Dutch to English
Die reusachtige man die we eergisteren zag is de echtgenoot van Sonja.
Translate from Dutch to English
Mijn echtgenoot is niets waard.
Translate from Dutch to English
Ik heb een echtgenoot.
Translate from Dutch to English
Ze hebben haar overleden echtgenoot begraven.
Translate from Dutch to English
"Maar ik heb het met mijn eigen ogen gezien!" riep de echtgenoot uit.
Translate from Dutch to English
Ik weet niet hoe laat de echtgenoot gebeld heeft.
Translate from Dutch to English
We hebben onze echtgenoot verlaten.
Translate from Dutch to English
Een echtgenoot, ongeacht hoe goed hij is, bereikt moeilijk perfectie.
Translate from Dutch to English
Ik weet niet wanneer de echtgenoot gebeld heeft.
Translate from Dutch to English
Maria's echtgenoot heet Tom.
Translate from Dutch to English
Het doden van je echtgenoot is een manier om een huwelijk te beëindigen. Echter wordt het afgekeurd.
Translate from Dutch to English
Hij is nu al een goede vent, dus hij zal in de toekomst ook een goede echtgenoot worden.
Translate from Dutch to English
Ik raad een grondig medisch onderzoek aan voor uw echtgenoot.
Translate from Dutch to English
Ik heb medelijden met jouw toekomstige echtgenoot.
Translate from Dutch to English
Ze vermoordde haar echtgenoot.
Translate from Dutch to English
Ik heb geen echtgenoot.
Translate from Dutch to English
Mary is thuis met haar echtgenoot.
Translate from Dutch to English
Het huwelijk is een ding, liefde een ander. De liefde gaat voorbij en de echtgenoot blijft.
Translate from Dutch to English
Haar echtgenoot is een plastisch chirurg.
Translate from Dutch to English
Waar is mijn echtgenoot?
Translate from Dutch to English
Hij zal een goede echtgenoot voor haar zijn.
Translate from Dutch to English
Tom is mijn echtgenoot, en ik ben zijn huwelijkspartner.
Translate from Dutch to English
Het is mijn echtgenoot.
Translate from Dutch to English
Mijn echtgenoot heeft een vasectomie ondergaan.
Translate from Dutch to English
Mary en haar echtgenoot komen uit Australië.
Translate from Dutch to English
Een weduwe is een vrouw wier echtgenoot gestorven is.
Mary mist haar echtgenoot.
Tom vertelde iedereen dat hij Mary's echtgenoot was.
Tom heeft iedereen verteld dat hij Mary's echtgenoot was.
Ik wil je aan mijn nieuwe echtgenoot voorstellen.
Ik stel je voor aan mijn nieuwe echtgenoot.
De echtgenoot van Mary zei dat hij haar ging verlaten.
Wat voor iemand zou zijn echtgenoot bedriegen?
Hij was een goede echtgenoot en een goede vader.
Haar echtgenoot is een Amerikaan.
Haar echtgenoot zit al drie jaar in de gevangenis.
De echtgenoot van mijn buurvrouw is ook mijn buurman.
Peter is de broer van mijn man. Paul is de echtgenoot van mijn zus. Peter en Paul zijn mijn zwagers.
Tom kent Maria's echtgenoot.
Als jij en je echtgenoot komen, laat het me dan weten.
Heeft Maria een echtgenoot?
Alles wat aan de vrouw toebehoorde, wordt eigendom van haar echtgenoot.
Ze wilde haar vreemdgaande echtgenoot op heterdaad betrappen.