Learn how to use groen in a Dutch sentence. Over 100 hand-picked examples.
Groen staat je erg goed.
Translate from Dutch to English
Groen staat je goed.
Translate from Dutch to English
Appels zijn rood of groen.
Translate from Dutch to English
Je hoort de weg alleen over te steken als het licht groen is.
Translate from Dutch to English
Maar ze zien er toch heel groen uit?
Translate from Dutch to English
Maar zien ze er niet heel groen uit?
Translate from Dutch to English
We hebben het huis groen geschilderd.
Translate from Dutch to English
De bergen zijn niet noodzakelijk groen.
Translate from Dutch to English
Bestaat het in het groen?
Translate from Dutch to English
Naar men zegt is het gras in Engeland zelfs in de winter groen.
Translate from Dutch to English
De bomen zijn groen.
Translate from Dutch to English
Groen staat Alice goed.
Translate from Dutch to English
Ik verfde het hek groen.
Translate from Dutch to English
Een oude bok lust ook nog wel een groen blaadje.
Translate from Dutch to English
Courgettes zijn groen.
Translate from Dutch to English
Groen is mijn lievelingskleur.
Translate from Dutch to English
De muren van mijn kamer zijn groen.
Translate from Dutch to English
Ik heb een groen shirt.
Translate from Dutch to English
De tafel is groen.
Translate from Dutch to English
Appelen zijn gewoonlijk groen, geel of rood.
Translate from Dutch to English
De meest voorkomende pepers zijn groen, rood en geel.
Translate from Dutch to English
De kameleon veranderde zich in oranje, groen en geel.
Translate from Dutch to English
De jurk is groen.
Translate from Dutch to English
De appel die ik vond, is groen.
Translate from Dutch to English
Wanneer het verkeerslicht op groen springt, mag je verdergaan.
Translate from Dutch to English
De kleur van Esperanto is groen.
Translate from Dutch to English
Het verkeerslicht is groen.
Translate from Dutch to English
Het licht staat op groen.
Translate from Dutch to English
De hond is groen en mooi.
Translate from Dutch to English
Het is groen. Laten we oversteken.
Translate from Dutch to English
Hij kan groen en blauw niet uit elkaar houden.
Translate from Dutch to English
Ik heb gehoord dat het gras in Engeland zelfs groen is in de winter.
Translate from Dutch to English
Wat is jouw lievelingskleur, blauw of groen?
Translate from Dutch to English
Welke kleur heb je liever, blauw of groen?
Translate from Dutch to English
Ik heb een groen overhemd.
Translate from Dutch to English
Ik heb één groen overhemd.
Translate from Dutch to English
Tom is rood-groen kleurenblind.
Translate from Dutch to English
Wacht tot het stoplicht groen is.
Translate from Dutch to English
De Italiaanse vlag is groen, wit en rood.
Translate from Dutch to English
De Hongaarse vlag is rood, wit en groen.
Translate from Dutch to English
Het stoplicht sprong op groen hoor.
Translate from Dutch to English
De vlag van Brazilië is groen, geel en blauw.
Translate from Dutch to English
De secundaire kleuren, die ontstaan door menging van twee primaire kleuren zijn oranje, groen en violet.
Translate from Dutch to English
Op tafel ligt een groen boekje.
Translate from Dutch to English
Nee, de bloemen zijn niet groen, maar rood, wit, geel of blauw.
Translate from Dutch to English
Ze draagt een groen gewaad.
Translate from Dutch to English
Ze heeft een groen gewaad aan.
Translate from Dutch to English
Deze banaan is groen.
Translate from Dutch to English
In de tuin is alles groen en bloeiende.
Translate from Dutch to English
Deze bloem is groen.
Translate from Dutch to English
De zee is groen.
Translate from Dutch to English
De boom is groen.
Een regenboog bestaat uit rood, oranje, geel, groen, blauw, indigo en violet.
De zichtbare kleuren van de regenboog zijn rood, oranje, geel, groen, blauw, indigo en violet.
In de Kabylische jurk vinden we meer dan één kleur. Er is zwart, blauw, groen, paars, marine, roze, rood, zilver, turkoois, paars, wit, geel, oranje en grijs. Het is veelkleurig.
Deze peer is groen.
Is deze peer groen?
Ik ben kleurenblind. Ik kan rood niet van groen onderscheiden.
Groen gaat niet goed samen met paars.
Dit is niet geel; het is groen.
We hebben de laarzen in groen, blauw en geel.
Het water is groen.
De Algerijnse vlag heeft drie kleuren: groen, wit en rood.
Het werd groen.
Het verkeerslicht sprong op groen.
Toms ogen zijn groen.
Tom zijn ogen zijn groen.
Ze zijn groen.
Het is groen.
De berg is groen.
Ze draagt nooit groen.
De rok is groen.
Ze zijn niet groen.
Deze plant is groen.
Het licht is groen.
Het gras is groen.
Het boek is groen.
Dat licht is groen.
Het fruit is groen.
Waarom zijn bladeren groen?
Het licht was groen.
De heuvel is altijd groen.
Het hek is groen geverfd.
We hebben het huis groen geverfd.
We hebben de deur groen geverfd.
Ze hebben het hek groen geverfd.
Deze muur is groen geverfd.
De oogkleur van Tom is groen.
De deken is groen en roze.
Wacht tot het verkeerslicht groen wordt.
Deze jurk is groen.
De appels zijn rood of groen.
De boomgaard, wiens prachtige vegende takken met fruit naar de grond hingen, bleek zo heerlijk dat de kleine meiden er de hele middag in doorbrachten. Ze zaten in een grasveldje waar het groen de vorst bespaard was gebleven en de zachte, warme najaarszon aanhoudend scheen en aten appels en praatten zo luid als ze konden.
Aan welke kleur geeft u de voorkeur, blauw of groen?
Het huis is vorig jaar groen geverfd.
Bananen zijn eerst groen, dan geel en dan bruin.
Appels zijn gewoonlijk groen, geel of rood.
De vlag is groen.
Deze teddy is groen.
Hoe groen ben jij?