Learn how to use liggen in a Dutch sentence. Over 100 hand-picked examples.
Toen hij zijn naam hoorde, stond de kruising tussen een teckel en een vuilnisbakkenras op van onder de werkbank, waar hij had liggen slapen op de houtkrullen, rekte zich eens lekker uit en rende achter zijn baasje aan.
Translate from Dutch to English
Ik had bijna mijn paraplu in de trein laten liggen.
Translate from Dutch to English
Daarna vertrek ik, maar dan realiseer ik me dat ik m'n rugzak bij hen thuis heb laten liggen.
Translate from Dutch to English
Twee keer in de week kwam de tuinman om het gras te maaien, daarom kon ik nooit in het lange gras liggen.
Translate from Dutch to English
In de kamer staan bedden, vastgeschroefd aan de vloer. Daarop zitten en liggen mensen in blauwe ziekenhuiskleding en net als vroeger met mutsjes op. Dat zijn de gekken.
Translate from Dutch to English
Ik heb mijn paraplu in een bus laten liggen.
Translate from Dutch to English
Meneer, u heeft uw aansteker op tafel laten liggen!
Translate from Dutch to English
Toen ze wakker werden zagen ze een steen naast zich liggen.
Translate from Dutch to English
De woorden zelf liggen op het puntje van mijn tong, maar ik kan het maar niet zeggen.
Translate from Dutch to English
Er liggen vijf voorwerpen op het dienblad, drie ervan zijn sleutels.
Translate from Dutch to English
"Zijn de kindertjes al naar bed, of spelen ze nu nog buiten?" "Ze liggen al lang in de veren."
Translate from Dutch to English
Op de tafel liggen enkele boeken.
Translate from Dutch to English
Ik zag een jonge men liggen op de bank onder de kerselaar in het park.
Translate from Dutch to English
"Waar zijn de boeken?" "Ze liggen op de schrijftafel."
Translate from Dutch to English
Er liggen enkele boeken op tafel.
Translate from Dutch to English
Aan de basis van de thermodynamica liggen de bewegingen van atomen en moleculen, en de bewegingswetten die we al geleerd hebben in het eerste deel.
Translate from Dutch to English
We kunnen wilde dieren zien liggen in het gras.
Translate from Dutch to English
Ik heb mijn sleutels op tafel laten liggen. Wilt ge ze mij brengen?
Translate from Dutch to English
Ze liggen op tafel.
Translate from Dutch to English
De sleutels liggen op tafel.
Translate from Dutch to English
De stad kwam onder een sneeuwtapijt te liggen.
Translate from Dutch to English
Boeken liggen nu binnen ieders bereik.
Translate from Dutch to English
Ik ben maar één werkdag weggeweest vanwege een verkoudheid en er liggen stapels papier op mijn bureau.
Translate from Dutch to English
De zilveren bollen liggen rondom de rode bol.
Translate from Dutch to English
De wind ging liggen.
Translate from Dutch to English
Hoeveel pennen liggen er op de schrijftafel?
Translate from Dutch to English
Mijnheer, ge hebt uw aansteker op tafel laten liggen.
Translate from Dutch to English
Op de vensterbank liggen een potlood en een pen.
Translate from Dutch to English
Hij laat wel eens zijn regenscherm in de trein liggen.
Translate from Dutch to English
Een lekker stuk blijft niet lang liggen.
Translate from Dutch to English
Misschien heb ik het op tafel laten liggen.
Translate from Dutch to English
De Alpen liggen in het midden van Europa.
Translate from Dutch to English
De sleutels liggen op de tafel.
Translate from Dutch to English
Er liggen een paar scherpe steentjes op de bodem van het aquarium.
Translate from Dutch to English
De liefdesbrief die hij gisteren aan zijn vrouw krabbelde, bleef ongeopend op de schoorsteenmantel liggen.
Hij zei dat hij zijn portemonnee thuis had laten liggen.
De wind is gaan liggen.
Ze ging languit in de sofa liggen, nam afscheid van haar lichaam en stortte zich in een onbekende, spirituele reis.
We liggen allemaal in de goot, maar sommigen van ons kijken naar de sterren.
Ik heb mijn woordenboek beneden laten liggen.
Hoeveel tijdschriften liggen er op de tafel?
Meneer Kinoshita heeft zijn bril gisteren op kantoor laten liggen.
Ga op je rug liggen.
Liggen alle boeken op de tafel?
Ik wil dat u een paar uur stil blijft liggen.
Hij bleef de hele dag in bed liggen.
Ik moet mijn portemonnee thuis hebben laten liggen.
Het ziet ernaar uit dat de storm is gaan liggen.
Ik heb je planning hier liggen.
De overhemden van de man liggen in de kleerkast.
Hij ging op zijn rug liggen.
Hoor je niet in bed te liggen?
Je hebt een zonnige toekomst voor je liggen.
Doe je T-shirt uit en ga liggen.
Het boek van de schrijver zal morgen in de boekenhandel liggen.
Onze brillen liggen op de tafel.
Ik heb heel de nacht liggen nadenken.
Ik heb mijn mobiel thuis laten liggen.
Dit is een test. Sta op en laat uw spullen liggen. Ga rustig naar de verzamelplek.
Ik belde haar om haar te zeggen, dat ze haar mobieltje bij mij had laten liggen, maar ze antwoordde niet.
Er liggen twee of drie pennen op het bureau.
Ze heeft haar paraplu in de bus laten liggen.
Op de tafels liggen enkele schriften en potloden.
Veel boeken staan in de witte kast, maar ook op de tafels liggen er boeken.
Laat het liggen.
Er liggen kleren achter mij.
Ze liggen te lezen.
Hij is in bed blijven liggen.
Je gaat toch niet nu alles laten liggen?
Acht jaar studeren om vervolgens alles te laten liggen en geiten te houden in de bergen.
Je gaat even liggen.
Terwijl de maan boven het zeeoppervlak stijgt, delen we dezelfde tijd hoewel we ver uit elkaar liggen.
Gaat u graag liggen?
Laten we op het zand liggen.
Kun je bij de dingen die helemaal boven op de plank liggen?
De laatste tijd doe ik mijn uiterste best om mijn spullen niet op straat te laten liggen.
Ik blijf in bed liggen ondanks het ergerlijke alarm.
Er liggen geen sinaasappels op tafel.
Er liggen wat sinaasappels op tafel.
Ga liggen!
Blijf liggen!
Er liggen propere lakens onder het bed.
Er liggen schone lakens onder het bed.
Mijn grootouders zijn geboren in Palestina en liggen begraven in Nablus.
Hoeveel boeken liggen er op de tafel?
Hij liet de sleutels op tafel liggen, zoals gewoonlijk.
Hij laat zijn paraplu vaak in de trein liggen.
Zijn moppen liggen op het randje van de smaad.
Zijn geintjes liggen op het randje van de hoon.
Ze ging op het gras liggen.
De hele boel lag aan diggelen toen de storm was gaan liggen.
Veel kleine plaatsen die onder de rook van een grote stad liggen, worden langzamerhand opgeslokt.
Toen iedereen viel, kwam hij onderop te liggen.
We gingen op het gras liggen.
Ik heb mijn portemonnee thuis laten liggen. Kun je me wat geld lenen?
Ik heb mijn jas expres thuis laten liggen.
Laat het daar maar liggen.
Een potlood en pen liggen op de vensterbank.
Kom bij me liggen.
Tom heeft zijn paraplu bij Maria in de auto laten liggen.