Learn how to use meervoud in a Dutch sentence. Over 16 hand-picked examples.
In het Esperanto eindigt een zelfstandig naamwoord op een o. Het meervoud wordt gevormd door toevoeging van een j.
Translate from Dutch to English
In het Esperanto eindigt een bijvoeglijk naamwoord op een a. Het meervoud wordt gevormd door toevoegen van een j.
Translate from Dutch to English
In het Esperanto eindigt een adjectief met "a", een meervoud vormt men door toevoeging van "j".
Translate from Dutch to English
In het Esperanto eindigt een zelfstandig naamwoord op 'o'. Het meervoud wordt gevormd met de uitgang 'j'.
Translate from Dutch to English
Het zelfstandig naamwoord kan in het enkelvoud staan of in het meervoud.
Translate from Dutch to English
Het meervoud van 'person' is 'people', geen 'persons'.
Translate from Dutch to English
Hoe maak je het meervoud van de zelfstandige naamwoorden?
Translate from Dutch to English
Het meervoud van os is ossen.
Translate from Dutch to English
Het meervoud van cactus is cactussen.
Translate from Dutch to English
Het meervoud van zelfstandig naamwoorden wordt gevormd door "j" toe te voegen.
Translate from Dutch to English
De medeklinker "j" duidt, in het Esperanto, het meervoud aan.
Translate from Dutch to English
Het meervoud van vrouw is vrouwen.
Translate from Dutch to English
Het meervoud van "luis" is "luizen".
Translate from Dutch to English
Het meervoud van ganglion is ganglia.
Translate from Dutch to English
Het meervoud van ganglion is gangliën.
Translate from Dutch to English
Een substantief kan in het enkelvoud staan of in het meervoud.
Translate from Dutch to English