Learn how to use pion in a Dutch sentence. Over 7 hand-picked examples.
De schaakstukken zijn: pion, paard, loper, toren, koningin en koning.
Translate from Dutch to English
Hij verplaatste zijn pion twee velden vooruit.
Translate from Dutch to English
Aan het einde van het spel gaan de koning en de pion terug in dezelfde doos.
Translate from Dutch to English
Een pion kan alles worden, alleen geen koning.
Translate from Dutch to English
Zet de pion op e4.
Translate from Dutch to English
De pion is het enige schaakstuk dat bij slagzetten anders beweegt dan bij gewone zetten.
Translate from Dutch to English
De pion slaat anders dan hij beweegt.
Translate from Dutch to English