voorfinancieren | conjugation
Felemenkçe verb 'voorfinancieren' conjugated in all tenses and forms.
Conditional
| ik | zou voorfinancieren |
|---|
| jij | zou voorfinancieren |
|---|
| hij | zou voorfinancieren |
|---|
| wij | zouden voorfinancieren |
|---|
| jullie | zouden voorfinancieren |
|---|
| zij | zouden voorfinancieren |
|---|
| ik | zou voorgefinancierd hebben |
|---|
| jij | zou voorgefinancierd hebben |
|---|
| hij | zou voorgefinancierd hebben |
|---|
| wij | zouden voorgefinancierd hebben |
|---|
| jullie | zouden voorgefinancierd hebben |
|---|
| zij | zouden voorgefinancierd hebben |
|---|
Indicative - Aantonende wijs
| ik | financier voor |
|---|
| jij | financiert voor |
|---|
| hij | financiert voor |
|---|
| wij | financieren voor |
|---|
| jullie | financieren voor |
|---|
| zij | financieren voor |
|---|
| ik | heb voorgefinancierd |
|---|
| jij | hebt voorgefinancierd |
|---|
| hij | heeft voorgefinancierd |
|---|
| wij | hebben voorgefinancierd |
|---|
| jullie | hebben voorgefinancierd |
|---|
| zij | hebben voorgefinancierd |
|---|
| ik | financierde voor |
|---|
| jij | financierde voor |
|---|
| hij | financierde voor |
|---|
| wij | financierden voor |
|---|
| jullie | financierden voor |
|---|
| zij | financierden voor |
|---|
| ik | had voorgefinancierd |
|---|
| jij | had voorgefinancierd |
|---|
| hij | had voorgefinancierd |
|---|
| wij | hadden voorgefinancierd |
|---|
| jullie | hadden voorgefinancierd |
|---|
| zij | hadden voorgefinancierd |
|---|
| ik | zal voorfinancieren |
|---|
| jij | zult voorfinancieren |
|---|
| hij | zal voorfinancieren |
|---|
| wij | zullen voorfinancieren |
|---|
| jullie | zullen voorfinancieren |
|---|
| zij | zullen voorfinancieren |
|---|
| ik | zal voorgefinancierd hebben |
|---|
| jij | zult voorgefinancierd hebben |
|---|
| hij | zal voorgefinancierd hebben |
|---|
| wij | zullen voorgefinancierd hebben |
|---|
| jullie | zullen voorgefinancierd hebben |
|---|
| zij | zullen voorgefinancierd hebben |
|---|
Imperative - Gebiedende wijs