voorkomen | conjugation
Felemenkçe verb 'voorkomen' conjugated in all tenses and forms.
Conditional
| ik | zou voorkomen |
|---|
| jij | zou voorkomen |
|---|
| hij | zou voorkomen |
|---|
| wij | zouden voorkomen |
|---|
| jullie | zouden voorkomen |
|---|
| zij | zouden voorkomen |
|---|
| ik | zou voorkomen; voorgekomen hebben |
|---|
| jij | zou voorkomen; voorgekomen hebben |
|---|
| hij | zou voorkomen; voorgekomen hebben |
|---|
| wij | zouden voorkomen; voorgekomen hebben |
|---|
| jullie | zouden voorkomen; voorgekomen hebben |
|---|
| zij | zouden voorkomen; voorgekomen hebben |
|---|
Indicative - Aantonende wijs
| ik | voorkom; kom voor |
|---|
| jij | voorkomt; komt voor |
|---|
| hij | voorkomt; komt voor |
|---|
| wij | voorkomen; komen voor |
|---|
| jullie | voorkomen; komen voor |
|---|
| zij | voorkomen; komen voor |
|---|
| ik | heb voorkomen; voorgekomen |
|---|
| jij | hebt voorkomen; voorgekomen |
|---|
| hij | heeft voorkomen; voorgekomen |
|---|
| wij | hebben voorkomen; voorgekomen |
|---|
| jullie | hebben voorkomen; voorgekomen |
|---|
| zij | hebben voorkomen; voorgekomen |
|---|
| ik | voorkwam; kwam voor |
|---|
| jij | voorkwam; kwam voor |
|---|
| hij | voorkwam; kwam voor |
|---|
| wij | voorkwamen; kwamen voor |
|---|
| jullie | voorkwamen; kwamen voor |
|---|
| zij | voorkwamen; kwamen voor |
|---|
| ik | had voorkomen; voorgekomen |
|---|
| jij | had voorkomen; voorgekomen |
|---|
| hij | had voorkomen; voorgekomen |
|---|
| wij | hadden voorkomen; voorgekomen |
|---|
| jullie | hadden voorkomen; voorgekomen |
|---|
| zij | hadden voorkomen; voorgekomen |
|---|
| ik | zal voorkomen |
|---|
| jij | zult voorkomen |
|---|
| hij | zal voorkomen |
|---|
| wij | zullen voorkomen |
|---|
| jullie | zullen voorkomen |
|---|
| zij | zullen voorkomen |
|---|
| ik | zal voorkomen; voorgekomen hebben |
|---|
| jij | zult voorkomen; voorgekomen hebben |
|---|
| hij | zal voorkomen; voorgekomen hebben |
|---|
| wij | zullen voorkomen; voorgekomen hebben |
|---|
| jullie | zullen voorkomen; voorgekomen hebben |
|---|
| zij | zullen voorkomen; voorgekomen hebben |
|---|
Imperative - Gebiedende wijs