Lernen Sie, wie man datief in einem Niederländisch Satz verwendet. Über 2 handverlesene Beispiele.
In het Latijn zijn er zes naamvallen: nominatief, genitief, datief, accusatief, ablatief en vocatief.
Translate from Niederländisch to Englisch
Bij het leren van het Duits moet men vier naamvallen kennen. Deze naamvallen zijn de nominatief, genitief, datief en accusatief.
Translate from Niederländisch to Englisch