Lernen Sie, wie man engelssprekend in einem Niederländisch Satz verwendet. Über 1 handverlesene Beispiele.
Een voormalig minister-president van Canada, wiens vader een Franstalige inwoner van Quebec was, en zijn moeder Engelssprekend, dacht tijdens zijn kinderjaren dat ieder jongetje met zijn vader Frans spreekt en Engels met zijn moeder.
Translate from Niederländisch to Englisch