Lernen Sie, wie man verkopen in einem Niederländisch Satz verwendet. Über 100 handverlesene Beispiele.
Verkopen ze schriften in die winkel?
Translate from Niederländisch to Englisch
Mensen zouden hun ziel verkopen om vanaf deze plaatsen naar het concert te luisteren.
Translate from Niederländisch to Englisch
De organisatie organiseert ieder jaar een stuk of wat ontmoetingen van vrijwilligers die de deuren langsgaan om Friese boeken te verkopen.
Translate from Niederländisch to Englisch
Men moet de huid niet verkopen voordat de beer geschoten is.
Translate from Niederländisch to Englisch
Fictieromans verkopen beter dan realiteit. In feite verkoopt realiteit helemaal niet.
Translate from Niederländisch to Englisch
De kapitalisten verkopen ons het koord waaraan wij hen zullen ophangen.
Translate from Niederländisch to Englisch
Ik heb goed winst gemaakt door mijn auto te verkopen.
Translate from Niederländisch to Englisch
De computers verkopen echt als zoete broodjes.
Translate from Niederländisch to Englisch
Wilt ge hem uw huis verkopen?
Translate from Niederländisch to Englisch
Ik ga mijn huis verkopen.
Translate from Niederländisch to Englisch
Hij denkt eraan, zijn huis te verkopen.
Translate from Niederländisch to Englisch
Ze verdienen hun brood met het verzamelen en verkopen van oude kranten.
Translate from Niederländisch to Englisch
Veel mensen willen momenteel hun huis verkopen.
Translate from Niederländisch to Englisch
Aan wie ging je het verkopen?
Translate from Niederländisch to Englisch
Onze buren waren verplicht hun huis te verkopen.
Translate from Niederländisch to Englisch
Ze verkopen suiker en zout in die winkel.
Translate from Niederländisch to Englisch
Hij heeft besloten zijn auto te verkopen.
Translate from Niederländisch to Englisch
Hij moest het landgoed verkopen wegens schulden.
Translate from Niederländisch to Englisch
Ze verkopen appels, mandarijntjes, eieren enzovoorts.
Translate from Niederländisch to Englisch
Ze verkopen meubels.
Translate from Niederländisch to Englisch
Wij verkopen schoenen.
Translate from Niederländisch to Englisch
Behalve kranten verkopen wij ook tijdschriften.
Translate from Niederländisch to Englisch
Waar wil je dit verkopen?
Translate from Niederländisch to Englisch
Ik zou graag mijn boeken verkopen.
Translate from Niederländisch to Englisch
Ik zal dat verkopen zodra ik een koper vind.
Translate from Niederländisch to Englisch
We verkopen geen alcoholische dranken noch sigaretten aan personen onder de achttien jaar.
Translate from Niederländisch to Englisch
Wat voor een vernedering trachten een Esperantoboek te verkopen. Waarom ben ik niet gevlucht?
Translate from Niederländisch to Englisch
Als dit schilderij half zoveel waard was als hij zegt, hadden wij het allang moeten verkopen.
Translate from Niederländisch to Englisch
Tom heeft besloten zijn auto te verkopen.
Translate from Niederländisch to Englisch
De kaartjes verkopen snel en ruimte is beperkt.
Translate from Niederländisch to Englisch
Je moet het vel van de beer niet verkopen voor hij geschoten is.
Translate from Niederländisch to Englisch
We verkopen geen slechte waar.
Translate from Niederländisch to Englisch
Waarom wil je deze meubels verkopen?
Translate from Niederländisch to Englisch
Ze verkopen het product niet langer meer.
Translate from Niederländisch to Englisch
Men kan niet de koe verkopen en de melk behouden.
Translate from Niederländisch to Englisch
Men kan niet en de koe verkopen en de melk drinken.
Translate from Niederländisch to Englisch
Ik vond het moeilijk om mijn gitaar te verkopen, maar ik had het geld nodig.
Translate from Niederländisch to Englisch
Het zijn beleidsmakers die wel veel geblaat maar weinig wol verkopen.
Translate from Niederländisch to Englisch
Tom probeerde zijn oude bank te verkopen.
Translate from Niederländisch to Englisch
Hij zou ijs aan Eskimo's kunnen verkopen.
Translate from Niederländisch to Englisch
Verkopen jullie wijn?
Wij verkopen sinaasappelsap.
Paraplu's verkopen goed.
Verkopen jullie deze lampen?
Verkopen jullie hier bureaulampen?
Dit is het beste woordenboek dat we verkopen.
We gaan ons huis verkopen.
Ze verkopen appels, sinaasappels, eieren, enzovoort.
Opticiens verkopen brillen.
Verkopen!
Wij verkopen metalen, papieren en houten borden.
Die autodealer staat erom bekend roestbakken te verkopen.
Die autodealer heeft de reputatie rammelbakken te verkopen.
Zij verkopen suiker en zout in de winkel.
Van alle raadsels over de beurs is er geen zo ondoorgrondelijk als de reden waarom er een koper zou moeten zijn voor iedereen die wil verkopen.
Als je deze spullen niet kunt verkopen, moet je ze misschien afprijzen.
Verkopen jullie ook woordenboeken?
Verkopen jullie ook hamers?
Verkopen ze hier wel kattenbrokjes?
Verkopen ze hier wel hondenvoer?
Wij verkopen vers rundvlees.
Je zult niets verkopen als je de prijs niet laat zakken.
Ik moet mijn huis verkopen.
Sami probeerde zijn auto te verkopen.
Ik hoop dat we ons huis niet hoeven te verkopen.
Ik hoop niet dat we ons huis moeten verkopen.
Tom wilde zijn auto niet verkopen.
Hier verkopen we alleen ingevroren voedsel.
Hij besloot zijn auto te verkopen.
Verkopen ze mandarijnen?
Verkopen jullie mandarijnen?
Wil je ze verkopen?
Wij verkopen zijden stoffen.
Ze verkopen hun nier om rond te komen.
Ik wou geen van mijn schilderijen verkopen.
Je was koelkasten aan het verkopen.
Verkopen ze bloemen in deze winkel?
Tom is limonade aan het verkopen.
Omdat jullie het verkopen.
We verkopen voornamelijk aan vrouwen.
Ik zit erover te denken om mijn auto te verkopen.
Ze verkopen schoenen.
Verkopen jullie alleen kleding?
Ze moest haar auto verkopen.
Ik hoefde mijn auto niet te verkopen.
Tom heeft geen haast om zijn auto te verkopen.
Tom maakt weinig haast met het verkopen van zijn auto.
We hebben besloten ons huis te verkopen.
Ze verkopen vlees in die winkel.
Ik wou het verkopen.
Tom heeft veel geld verdiend door zeep te verkopen.
Ze verkopen eieren in de supermarkt.
Verkopen jullie postzegels?
Tom beloofde me zijn oude gitaar te verkopen.
Tom wil de boerderij verkopen.
Ik moet mijn boerderij verkopen.
We moeten onze boerderij verkopen.
Ik wil mijn boerderij verkopen.
Tom wil zijn boerderij niet verkopen.
Tom heeft nooit echt zijn huis willen verkopen.