Menú
Aplicaciones
Mac + Safari
iPhone + iPad
Google Chrome
Mozilla Firefox
Opera
Microsoft Edge
Blog
Centro de Ayuda
Contacto
Menú
Aplicaciones
Mac + Safari
iPhone + iPad
Google Chrome
Mozilla Firefox
Opera
Microsoft Edge
Blog
Centro de Ayuda
Contacto
Las conjugaciones verbales en neerlandés
A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
Z
aflakken
aflangen
aflebberen
afleggen
afleiden
afleren
afleveren
aflikken
afloeren
aflogen
aflokken
afluisteren
afmaaien
afmaken
afmalen
afmartelen
afmelden
afmelken
afmesten
afmetselen
afmieteren
afmikken
afnaaien
afnemen
afnokken
afnummeren
afpakken
afpalen
afpanden
afperken
afpeuteren
afpeuzelen
afpijnigen
afpikken
afpingelen
afplakken
afplatten
afploegen
afploffen
afplukken
afplunderen
afpreken
afprevelen
afprikken
afproeven
afpulken
afrabbelen
afraden
afraffelen
afragen
aframmelen
afranden
afranselen
afratelen
afreiken
afrekenen
afrepelen
afrijden
afrijgen
afrijven
afrikaniseren
afristen
afroffelen
afronden
afronselen
afroven
afruilen
afrukken
afsabbelen
afsabberen
afsabelen
afschaffen
afschakelen
afschaven
afscheiden
afschenken
afscheren
afschilderen
afschillen
afschoffelen
afschooien
afschrabben
afschreien
afschrijven
afschrikken
afschrobben
afschroeven
afschudden
afschuiven
afserveren
afsjacheren
afslaan
afslenteren
afslingeren
afsloffen
afsloven
afsluiten
afsmakken
afsmeren
afsnellen
Previous
5 / 7
Next