overkomen | conjugation
neerlandés verb 'overkomen' conjugated in all tenses and forms.
Conditional
| ik | zou overkomen |
|---|
| jij | zou overkomen |
|---|
| hij | zou overkomen |
|---|
| wij | zouden overkomen |
|---|
| jullie | zouden overkomen |
|---|
| zij | zouden overkomen |
|---|
| ik | zou overkomen; overgekomen zijn |
|---|
| jij | zou overkomen; overgekomen zijn |
|---|
| hij | zou overkomen; overgekomen zijn |
|---|
| wij | zouden overkomen; overgekomen zijn |
|---|
| jullie | zouden overkomen; overgekomen zijn |
|---|
| zij | zouden overkomen; overgekomen zijn |
|---|
Indicative - Aantonende wijs
| ik | overkom; kom over |
|---|
| jij | overkomt; komt over |
|---|
| hij | overkomt; komt over |
|---|
| wij | overkomen; komen over |
|---|
| jullie | overkomen; komen over |
|---|
| zij | overkomen; komen over |
|---|
| ik | ben overkomen; overgekomen |
|---|
| jij | bent overkomen; overgekomen |
|---|
| hij | is overkomen; overgekomen |
|---|
| wij | zijn overkomen; overgekomen |
|---|
| jullie | zijn overkomen; overgekomen |
|---|
| zij | zijn overkomen; overgekomen |
|---|
| ik | overkwam; kwam over |
|---|
| jij | overkwam; kwam over |
|---|
| hij | overkwam; kwam over |
|---|
| wij | overkwamen; kwamen over |
|---|
| jullie | overkwamen; kwamen over |
|---|
| zij | overkwamen; kwamen over |
|---|
| ik | was overkomen; overgekomen |
|---|
| jij | was overkomen; overgekomen |
|---|
| hij | was overkomen; overgekomen |
|---|
| wij | waren overkomen; overgekomen |
|---|
| jullie | waren overkomen; overgekomen |
|---|
| zij | waren overkomen; overgekomen |
|---|
| ik | zal overkomen |
|---|
| jij | zult overkomen |
|---|
| hij | zal overkomen |
|---|
| wij | zullen overkomen |
|---|
| jullie | zullen overkomen |
|---|
| zij | zullen overkomen |
|---|
| ik | zal overkomen; overgekomen zijn |
|---|
| jij | zult overkomen; overgekomen zijn |
|---|
| hij | zal overkomen; overgekomen zijn |
|---|
| wij | zullen overkomen; overgekomen zijn |
|---|
| jullie | zullen overkomen; overgekomen zijn |
|---|
| zij | zullen overkomen; overgekomen zijn |
|---|
Imperative - Gebiedende wijs