overzien | conjugation
neerlandés verb 'overzien' conjugated in all tenses and forms.
Conditional
| ik | zou overzien |
|---|
| jij | zou overzien |
|---|
| hij | zou overzien |
|---|
| wij | zouden overzien |
|---|
| jullie | zouden overzien |
|---|
| zij | zouden overzien |
|---|
| ik | zou overzien; overgezien hebben |
|---|
| jij | zou overzien; overgezien hebben |
|---|
| hij | zou overzien; overgezien hebben |
|---|
| wij | zouden overzien; overgezien hebben |
|---|
| jullie | zouden overzien; overgezien hebben |
|---|
| zij | zouden overzien; overgezien hebben |
|---|
Indicative - Aantonende wijs
| ik | overzie; zie over |
|---|
| jij | overziet; ziet over |
|---|
| hij | overziet; ziet over |
|---|
| wij | overzien; zien over |
|---|
| jullie | overzien; zien over |
|---|
| zij | overzien; zien over |
|---|
| ik | heb overzien; overgezien |
|---|
| jij | hebt overzien; overgezien |
|---|
| hij | heeft overzien; overgezien |
|---|
| wij | hebben overzien; overgezien |
|---|
| jullie | hebben overzien; overgezien |
|---|
| zij | hebben overzien; overgezien |
|---|
| ik | overzag; zag over |
|---|
| jij | overzag; zag over |
|---|
| hij | overzag; zag over |
|---|
| wij | overzagen; zagen over |
|---|
| jullie | overzagen; zagen over |
|---|
| zij | overzagen; zagen over |
|---|
| ik | had overzien; overgezien |
|---|
| jij | had overzien; overgezien |
|---|
| hij | had overzien; overgezien |
|---|
| wij | hadden overzien; overgezien |
|---|
| jullie | hadden overzien; overgezien |
|---|
| zij | hadden overzien; overgezien |
|---|
| ik | zal overzien |
|---|
| jij | zult overzien |
|---|
| hij | zal overzien |
|---|
| wij | zullen overzien |
|---|
| jullie | zullen overzien |
|---|
| zij | zullen overzien |
|---|
| ik | zal overzien; overgezien hebben |
|---|
| jij | zult overzien; overgezien hebben |
|---|
| hij | zal overzien; overgezien hebben |
|---|
| wij | zullen overzien; overgezien hebben |
|---|
| jullie | zullen overzien; overgezien hebben |
|---|
| zij | zullen overzien; overgezien hebben |
|---|
Imperative - Gebiedende wijs