terugschakelen | conjugation
neerlandés verb 'terugschakelen' conjugated in all tenses and forms.
Conditional
| ik | zou terugschakelen |
|---|
| jij | zou terugschakelen |
|---|
| hij | zou terugschakelen |
|---|
| wij | zouden terugschakelen |
|---|
| jullie | zouden terugschakelen |
|---|
| zij | zouden terugschakelen |
|---|
| ik | zou teruggeschakeld hebben |
|---|
| jij | zou teruggeschakeld hebben |
|---|
| hij | zou teruggeschakeld hebben |
|---|
| wij | zouden teruggeschakeld hebben |
|---|
| jullie | zouden teruggeschakeld hebben |
|---|
| zij | zouden teruggeschakeld hebben |
|---|
Indicative - Aantonende wijs
| ik | schakel terug |
|---|
| jij | schakelt terug |
|---|
| hij | schakelt terug |
|---|
| wij | schakelen terug |
|---|
| jullie | schakelen terug |
|---|
| zij | schakelen terug |
|---|
| ik | heb teruggeschakeld |
|---|
| jij | hebt teruggeschakeld |
|---|
| hij | heeft teruggeschakeld |
|---|
| wij | hebben teruggeschakeld |
|---|
| jullie | hebben teruggeschakeld |
|---|
| zij | hebben teruggeschakeld |
|---|
| ik | schakelde terug |
|---|
| jij | schakelde terug |
|---|
| hij | schakelde terug |
|---|
| wij | schakelden terug |
|---|
| jullie | schakelden terug |
|---|
| zij | schakelden terug |
|---|
| ik | had teruggeschakeld |
|---|
| jij | had teruggeschakeld |
|---|
| hij | had teruggeschakeld |
|---|
| wij | hadden teruggeschakeld |
|---|
| jullie | hadden teruggeschakeld |
|---|
| zij | hadden teruggeschakeld |
|---|
| ik | zal terugschakelen |
|---|
| jij | zult terugschakelen |
|---|
| hij | zal terugschakelen |
|---|
| wij | zullen terugschakelen |
|---|
| jullie | zullen terugschakelen |
|---|
| zij | zullen terugschakelen |
|---|
| ik | zal teruggeschakeld hebben |
|---|
| jij | zult teruggeschakeld hebben |
|---|
| hij | zal teruggeschakeld hebben |
|---|
| wij | zullen teruggeschakeld hebben |
|---|
| jullie | zullen teruggeschakeld hebben |
|---|
| zij | zullen teruggeschakeld hebben |
|---|
Imperative - Gebiedende wijs