Learn how to use cadeau in a neerlandés sentence. Over 100 hand-picked examples.
Het is erg aardig van je om me zo'n mooi cadeau te sturen.
Translate from neerlandés to inglés
Ik weet niet zeker aan wie ik dit cadeau moet geven: aan het meisje of aan de jongen?
Translate from neerlandés to inglés
Ik heb een cadeau gehad van mijn opa voor mijn verjaardag.
Translate from neerlandés to inglés
Ik heb een pen als cadeau voor je verjaardag gekocht.
Translate from neerlandés to inglés
Bedankt voor je cadeau.
Translate from neerlandés to inglés
Ik was bijna tien toen mijn ouders mij een wetenschapsset cadeau deden voor Kerstmis.
Translate from neerlandés to inglés
Dit is een cadeau voor jou.
Translate from neerlandés to inglés
Dank je voor het cadeau.
Translate from neerlandés to inglés
Hij gaf me een cadeau.
Translate from neerlandés to inglés
Tom bracht een cadeau voor Mary.
Translate from neerlandés to inglés
Ze kreeg een cadeau van haar vriend.
Translate from neerlandés to inglés
Tom heeft een cadeau voor Mary gekocht.
Translate from neerlandés to inglés
Tom verwachtte zo'n mooi cadeau niet van Mary.
Translate from neerlandés to inglés
Ik zal je een cadeau geven.
Translate from neerlandés to inglés
Ik zou hem graag een cadeau voor zijn verjaardag willen geven.
Translate from neerlandés to inglés
Elk kind krijgt uiteindelijk een cadeau van ongeveer 30 euro.
Translate from neerlandés to inglés
Oom George bezocht ons nooit zonder een of ander cadeau.
Translate from neerlandés to inglés
Ken bedankte Tom voor het cadeau.
Translate from neerlandés to inglés
Je bent vergeten om Tom voor dat cadeau te bedanken. Klopt dat?
Translate from neerlandés to inglés
Dit cadeau werd mij gegeven door Ann.
Translate from neerlandés to inglés
Dit cadeau heb ik van Ann.
Translate from neerlandés to inglés
Ik had geen cadeau verwacht.
Translate from neerlandés to inglés
Ik was echt blij met het cadeau dat je me gaf.
Translate from neerlandés to inglés
Wat heeft je vriend je cadeau gegeven?
Translate from neerlandés to inglés
Als zij wist dat ik degene ben die het cadeau heeft gestuurd, zou ze het niet aannemen.
Translate from neerlandés to inglés
Ze hing het cadeau aan de kerstboom.
Translate from neerlandés to inglés
Mary beweerde dat haar handtas een cadeau was van haar man.
Translate from neerlandés to inglés
Pak het cadeau nog niet uit.
Translate from neerlandés to inglés
Is dat een cadeau voor jou?
Translate from neerlandés to inglés
Is dat een cadeau voor u?
Translate from neerlandés to inglés
Ik heb een cadeau voor jou.
Translate from neerlandés to inglés
Een cadeau voor jou.
Translate from neerlandés to inglés
Een cadeau voor u.
Translate from neerlandés to inglés
Een cadeau voor jullie.
Translate from neerlandés to inglés
Wat zei je dat je haar voor haar verjaardag cadeau had gegeven?
Translate from neerlandés to inglés
Hij sneed het met het mes dat hij van zijn broer cadeau had gekregen.
Translate from neerlandés to inglés
Dit is een cadeau voor u.
Translate from neerlandés to inglés
Ik wil een cadeau kopen voor Tom.
Translate from neerlandés to inglés
Is het een cadeau voor Tom?
Translate from neerlandés to inglés
Ze kocht een cadeau voor haar zus.
Translate from neerlandés to inglés
Hij gaf een cadeau aan zijn vriendin.
Translate from neerlandés to inglés
Ik leg het cadeau liever hier.
Translate from neerlandés to inglés
Ik kreeg van mijn grootvader een cadeau voor mijn verjaardag.
Translate from neerlandés to inglés
Toms kat bracht hem een dode vogel als cadeau.
Translate from neerlandés to inglés
Tom zijn kat bracht hem een dode vogel als cadeau.
Translate from neerlandés to inglés
Ik geef haar een cadeau.
Translate from neerlandés to inglés
Laten we onszelf dit jaar een glimlach cadeau doen!
Wat was het beste cadeau dat je afgelopen kerst hebt gekregen?
Wat was het beste cadeau dat u afgelopen kerst heeft gekregen?
Wat was het beste cadeau dat jullie afgelopen kerst hebben gekregen?
Welk cadeau wilt u voor Kerstmis krijgen?
Welk cadeau wil je voor Kerstmis krijgen?
Welk cadeau willen jullie voor Kerstmis krijgen?
Ik had me geen beter cadeau kunnen wensen deze Kerstmis.
Hij nam mijn cadeau aan.
Hij accepteerde mijn cadeau.
Ze gaf ons een cadeau.
Ze gaf hem een cadeau.
Ik heb een cadeau voor je gekocht.
Ik heb een cadeau voor u gekocht.
Ik heb een cadeau voor jullie gekocht.
Mijn oom gaf me een cadeau.
Het is een cadeau voor jou.
Het is een cadeau voor u.
Het is een cadeau voor jullie.
Ik kocht ze elk een cadeau.
Ze gaf me een prachtig cadeau.
Ze bedankte me voor het cadeau.
Tom kocht Mary een mooi cadeau.
Ik bedankte hem voor het leuke cadeau.
Heel erg bedankt voor je cadeau.
Heel erg bedankt voor uw cadeau.
Heel erg bedankt voor jullie cadeau.
Hij heeft me een leuk cadeau gegeven.
Hij gaf me een leuk cadeau.
Tom kocht een cadeau voor zijn zoon.
Tom kocht een cadeau voor zijn dochter.
Ik heb een leuk cadeau voor je.
Ik heb een leuk cadeau voor u.
Ik heb een leuk cadeau voor jullie.
Hij vergat dat hij een cadeau voor haar had gekocht.
Bedankt voor het cadeau dat je mijn zoon hebt gegeven.
Bedankt voor het cadeau dat u mijn zoon hebt gegeven.
Bedankt voor het cadeau dat jullie mijn zoon hebben gegeven.
Een paar oorbellen is een leuk cadeau voor haar.
Zijn schoonmoeder gaf hem een horloge van staal cadeau.
Toen Maria wakker werd, stond er een cadeau met een mooie strik op haar nachtkastje. "Dat kan alleen van Tom zijn," dacht ze, maar het was niet van Tom!
Dit cadeau is voor mijn vriendin.
Je hebt tenminste een leuk cadeau gekregen.
Tom begon het cadeau te openen.
Tom begon het cadeau open te doen.
Dit cadeau komt van Tom.
Waar en wanneer heb je het cadeau gekregen?
Waar en wanneer heb je dat cadeau gekregen?
Het is geen cadeau.
Je moest haar een cadeau geven om haar te bedanken.
Zij verwachtte dat hij een duur cadeau voor haar zou kopen.
Tom wilde zijn vriendin een heel bijzonder cadeau geven.
Hij kreeg de boeken als cadeau.
''Tom, je moet me dat boek teruggeven.'' ''Maar je hebt het me toch als cadeau geschonken?'' ''Jawel, maar het is niet aan mij om het weg te geven. Ik had het jaren geleden van Mary geleend en nu wil ze het terug.''