Learn how to use fietsen in a neerlandés sentence. Over 78 hand-picked examples.
Hoelang is het fietsen van hier naar jouw huis?
Translate from neerlandés to inglés
Ik heb leren fietsen toen ik zes was.
Translate from neerlandés to inglés
Alleen genieters fietsen en komen altijd eerder aan.
Translate from neerlandés to inglés
Ze zijn eindelijk begonnen die weg opnieuw te asfalteren. Het werd ook tijd, zeg! Je kon er alleen nog zigzaggend fietsen als je geen slag in je wiel wilde krijgen van de gaten in het wegdek.
Translate from neerlandés to inglés
Moet dit een krentenbol zijn? Je moet haast fietsen van de ene krent naar de andere, zo weinig zitten erin.
Translate from neerlandés to inglés
Nergens ter wereld vind je zo'n concentratie van fietsen als in Nederland.
Translate from neerlandés to inglés
Het leven is als fietsen. Om in balans te blijven moet je in beweging blijven.
Translate from neerlandés to inglés
Mayiko kan fietsen.
Translate from neerlandés to inglés
Kan zij fietsen?
Translate from neerlandés to inglés
Ik moet fietsen.
Translate from neerlandés to inglés
Ik kan fietsen.
Translate from neerlandés to inglés
Ik heb drie fietsen: een sportfiets, een bergfiets, en een kleine opvouwbare fiets.
Translate from neerlandés to inglés
Auto's vervingen de fietsen.
Translate from neerlandés to inglés
Vooruit! Naar de fietsen!
Translate from neerlandés to inglés
Dat meisje kan niet fietsen.
Translate from neerlandés to inglés
Kan ze fietsen?
Translate from neerlandés to inglés
Op het fietspad niet met de bromfiets fietsen.
Translate from neerlandés to inglés
De weg was zo steil dat we onze fietsen moesten duwen.
Translate from neerlandés to inglés
Auto's verdrongen de fietsen.
Translate from neerlandés to inglés
Auto's hebben de fietsen verdrongen.
Translate from neerlandés to inglés
Winkelketen Halfords, bekend van onderdelen voor fietsen en auto's, is gisteren failliet verklaard.
Translate from neerlandés to inglés
Fietsen kan men nooit verleren.
Translate from neerlandés to inglés
Tom kan niet fietsen.
Translate from neerlandés to inglés
Mijn vader heeft mij leren fietsen.
Translate from neerlandés to inglés
Als er ooit alleen maar zelfrijdende auto's zijn, zal ik uitsluitend de fiets nemen totdat er zelfrijdende fietsen verschijnen.
Translate from neerlandés to inglés
Fietsen verleert men nooit.
Translate from neerlandés to inglés
Tijdens het fietsen heeft een sprinter me ingehaald. Ik was sprakeloos.
Translate from neerlandés to inglés
De toegang tot fietsen is beperkt.
Translate from neerlandés to inglés
Fietsen zijn een hulpmiddel voor het behoud van het stedelijke milieu.
Translate from neerlandés to inglés
Fietsen zijn een hulpmiddel om het stedelijke milieu te beschermen.
Translate from neerlandés to inglés
Ik kan niet fietsen.
Translate from neerlandés to inglés
Laten we gaan fietsen.
Translate from neerlandés to inglés
Vorig jaar zijn wij gaan fietsen in Denemarken.
Translate from neerlandés to inglés
Ga jij deze zomer nog fietsen?
Translate from neerlandés to inglés
Ik ga niet fietsen maar wandelen in mijn vakantie.
Translate from neerlandés to inglés
Hij gaat iedere dag een stuk fietsen om in conditie te blijven.
Translate from neerlandés to inglés
Tom was aan het fietsen.
Translate from neerlandés to inglés
Oude mensen op elektrische fietsen zijn een regelrecht gevaar.
Translate from neerlandés to inglés
Wij fietsen iedere zondag naar de kust.
Translate from neerlandés to inglés
Inmiddels vond hij fietsen al niet meer leuk.
Translate from neerlandés to inglés
Ik ga een stukje fietsen.
Translate from neerlandés to inglés
Ik ga een eindje fietsen.
Translate from neerlandés to inglés
Het kostte hem drie maanden om te leren fietsen.
Hij is gek op fietsen.
We vinden het allemaal leuk om te fietsen.
Het kleine meisje kan niet fietsen.
Ze kan nog niet fietsen.
Mary gaat graag elke dag fietsen.
Mary houdt ervan om elke dag te fietsen.
Ze stapten van hun fietsen af.
De winkelstraat staat vol met fietsen.
Waarom heeft Tom drie fietsen nodig?
Mary is aan het fietsen.
Tom kan fietsen.
Kan je fietsen?
Ik begon met fietsen om af te vallen en toen ben ik ervan gaan houden.
Het plein staat vol met fietsen.
Voor het station staan er veel illegaal geparkeerde fietsen.
Zou jij het leuk vinden om te gaan fietsen?
De vrouw was aan het fietsen.
We willen twee fietsen huren.
Ik zie dat jullie nieuwe fietsen hebben aangeschaft.
Ze heeft het afgelopen jaar leren fietsen.
Tom heeft me leren fietsen.
Ze heeft vorig jaar leren fietsen.
Fietsen is erg leuk.
Ik houd van fietsen en hardrockconcerten.
Ik ken een jonge vrouw die op een eenwieler kan fietsen.
Ik ga met de auto naar mijn werk. Fietsen is geen mogelijkheid. Dat is te ver.
Katja kan fietsen zonder haar handen aan het stuur.
Hij genoot van fietsen.
Schijfremmen vind je nu ook meer en meer op fietsen.
Die willen fietsen huren.
Morgen gaan we naar het meer fietsen.
Ik zie vele fietsen maar geen auto's.
De kinderen stappen op hun fietsen.
Hoeveel fietsen heb je?
Hoeveel fietsen heeft u?