Learn how to use geholpen in a neerlandés sentence. Over 100 hand-picked examples.
Gisteren heb ik mijn vader geholpen.
Translate from neerlandés to inglés
Ik heb hem gisteren geholpen.
Translate from neerlandés to inglés
Het heeft me erg geholpen.
Translate from neerlandés to inglés
En niemand heeft je geholpen?
Translate from neerlandés to inglés
Heeft Tom gisteren zijn moeder geholpen?
Translate from neerlandés to inglés
Bob heeft mij geholpen.
Translate from neerlandés to inglés
Een echte vriend zou me geholpen hebben.
Translate from neerlandés to inglés
Neen, ik heb niet geholpen.
Translate from neerlandés to inglés
Als ge mij niet geholpen hadt, was ik niet geslaagd.
Translate from neerlandés to inglés
Het heeft me veel geholpen.
Translate from neerlandés to inglés
Ze hadden elkaar ooit geholpen.
Translate from neerlandés to inglés
We hebben ook hen geholpen.
Translate from neerlandés to inglés
Hebt ge mama geholpen?
Translate from neerlandés to inglés
Mijn vriend heeft me geholpen.
Translate from neerlandés to inglés
Hij heeft mij veel geholpen.
Translate from neerlandés to inglés
Ik ben de tel kwijt geraakt hoeveel keer jij me geholpen hebt.
Translate from neerlandés to inglés
Dit is de jongen die me geholpen heeft.
Translate from neerlandés to inglés
Mijn moeders religie heeft haar geholpen bij het verwerken van de dood van mijn vader.
Translate from neerlandés to inglés
Niemand heeft me geholpen.
Translate from neerlandés to inglés
Hij is geholpen.
Translate from neerlandés to inglés
Ik ben geholpen.
Translate from neerlandés to inglés
Jij bent geholpen.
Translate from neerlandés to inglés
Zij zijn geholpen.
Translate from neerlandés to inglés
Ik word geholpen.
Translate from neerlandés to inglés
Jij wordt geholpen.
Translate from neerlandés to inglés
Zij wordt geholpen.
Translate from neerlandés to inglés
Wij worden geholpen.
Translate from neerlandés to inglés
U wordt zo snel mogelijk door hen verder geholpen.
Translate from neerlandés to inglés
Als ik samen met jou was geweest, had ik hem geholpen.
Translate from neerlandés to inglés
Ze heeft haar vrienden geholpen.
Translate from neerlandés to inglés
Sommige mensen willen niet geholpen worden.
Translate from neerlandés to inglés
U hebt me geholpen mijn lot te dragen.
Translate from neerlandés to inglés
Heeft Tom geholpen?
Translate from neerlandés to inglés
"Heeft het geholpen?" "Een beetje."
Translate from neerlandés to inglés
Dat heeft me veel geholpen!
Translate from neerlandés to inglés
Wat Tom me heeft verteld heeft me veel geholpen.
Translate from neerlandés to inglés
Hartelijk dank aan iedereen die me heeft geholpen!
Translate from neerlandés to inglés
Hij heeft me veel geholpen!
Translate from neerlandés to inglés
Wordt u al geholpen?
Translate from neerlandés to inglés
Waarom heeft ze mij geholpen?
Translate from neerlandés to inglés
Tom heeft geholpen.
Translate from neerlandés to inglés
Ze hebben ook geholpen het land te verenigen.
Translate from neerlandés to inglés
Ik heb mama in de keuken geholpen.
Translate from neerlandés to inglés
Ik weet dat Tom je heeft geholpen.
Translate from neerlandés to inglés
Heeft iemand je geholpen?
Translate from neerlandés to inglés
Heeft iemand u geholpen?
Translate from neerlandés to inglés
Heeft iemand jullie geholpen?
Translate from neerlandés to inglés
Bob heeft me geholpen.
Translate from neerlandés to inglés
Ik heb Tony geholpen.
Translate from neerlandés to inglés
Ik heb Tom geholpen.
Translate from neerlandés to inglés
We hebben Tom geholpen.
Translate from neerlandés to inglés
Ze hebben mij geholpen.
Translate from neerlandés to inglés
Zij hebben Tom geholpen.
Translate from neerlandés to inglés
Tom heeft me geholpen.
Translate from neerlandés to inglés
Ik heb geholpen.
Translate from neerlandés to inglés
Tom heeft ons geholpen.
Translate from neerlandés to inglés
Tom heeft Maria geholpen.
Hij heeft Tom geholpen.
Ken heeft Tom geholpen.
Zij heeft Tom geholpen.
Jij hebt mij geholpen.
U heeft mij geholpen.
Jullie hebben mij geholpen.
Hij heeft mij geholpen.
Zij heeft mij geholpen.
Maria heeft mij geholpen.
U heeft ons geholpen.
Jij hebt ons geholpen.
Jullie hebben ons geholpen.
Hij heeft ons geholpen.
Zij heeft ons geholpen.
Maria heeft ons geholpen.
Zij hebben ons geholpen.
Wie heeft Tom geholpen?
Tom heeft zichzelf geholpen.
Heb je geholpen?
Heeft u geholpen?
Hebben jullie geholpen?
Wie heeft u geholpen?
Wie heeft jou geholpen?
Wie heeft jullie geholpen?
Wie heeft hem geholpen?
Wie heeft haar geholpen?
Wij hebben hem geholpen.
Wij hebben haar geholpen.
Zij hebben hem geholpen.
Zij hebben haar geholpen.
Ik heb hem geholpen.
Ik heb haar geholpen.
Tom heeft iedereen geholpen.
Tom heeft weer geholpen.
Ik heb iedereen geholpen.
Tom heeft Maria geholpen met het huiswerk.
Tom heeft ook hier geholpen.
Ik heb de armen geholpen.
Het meisje heeft de jongen geholpen.
De jongen heeft het meisje geholpen.
Tom heeft enorm geholpen.
Jouw advies heeft goed geholpen.
En niemand heeft u geholpen?