Learn how to use gezin in a neerlandés sentence. Over 100 hand-picked examples.
In dit land is het gemiddeld aantal kinderen per gezin gedaald van 2 naar 1,5.
Translate from neerlandés to inglés
We zijn haast een gezin.
Translate from neerlandés to inglés
Ze heeft haar geld, haar gezin en haar vrienden verloren.
Translate from neerlandés to inglés
Je moet je gezin beschermen.
Translate from neerlandés to inglés
Gelukkige gezinnen lijken alle op elkaar, ieder ongelukkig gezin is ongelukkig op zijn eigen wijze.
Translate from neerlandés to inglés
Hij mist zijn gezin.
Translate from neerlandés to inglés
Iedereen in zijn gezin is groot.
Translate from neerlandés to inglés
Eten met een gezin in Peking, skilopen met een goede vriend in Polen, met een hartsvriendin in Belgrado wonen - dat zou ik zeker niet gedaan hebben zonder Esperanto.
Translate from neerlandés to inglés
Ik heb een groot gezin.
Translate from neerlandés to inglés
Hij heeft een groot gezin te onderhouden.
Translate from neerlandés to inglés
Er was een meisje van vijf jaar in het gezin.
Translate from neerlandés to inglés
Elke maandag waste mevrouw Evans alle kleren van het gezin in de zinken badkuip.
Translate from neerlandés to inglés
Mijn gezin bestaat uit vier personen.
Translate from neerlandés to inglés
Hij werkt hard om zijn groot gezin te onderhouden.
Translate from neerlandés to inglés
Er waren zes kinderen in het gezin Evans.
Translate from neerlandés to inglés
Ons gezin bestaat uit vijf personen.
Translate from neerlandés to inglés
Ik ben erg verwonderd, dat uw gezin een Japanse auto heeft.
Translate from neerlandés to inglés
Kom je uit een muzikaal gezin?
Translate from neerlandés to inglés
Hij kookt graag voor zijn gezin.
Translate from neerlandés to inglés
Het gezin at 's avonds samen.
Translate from neerlandés to inglés
Ik wil met mijn gezin naar Australië gaan.
Translate from neerlandés to inglés
Het hele gezin woont daar in een klein vuil appartement.
Translate from neerlandés to inglés
De moeder maakte soep in een grote pot voor het hele gezin.
Translate from neerlandés to inglés
Het gezin woont in een joert.
Translate from neerlandés to inglés
Het gezin kijkt samen een film.
Translate from neerlandés to inglés
Iedereen in mijn gezin staat vroeg op.
Translate from neerlandés to inglés
Ze kookt graag voor haar gezin.
Translate from neerlandés to inglés
Het ganse gezin lag ziek in bed.
Translate from neerlandés to inglés
Ik heb geen gezin.
Translate from neerlandés to inglés
Hoe gaat het met je gezin?
Translate from neerlandés to inglés
Hij bekommerde zich helemaal niet om zijn gezin.
Translate from neerlandés to inglés
Tom is de jongste in zijn gezin.
Translate from neerlandés to inglés
Vertel mij iets over uw gezin.
Translate from neerlandés to inglés
Hij heeft een gezin te onderhouden.
Translate from neerlandés to inglés
Door een lichte verkoudheid kon ik niet met mijn gezin naar Ibusuki.
Translate from neerlandés to inglés
In mijn gezin zijn er negen personen.
Translate from neerlandés to inglés
Welke talen spreekt men in jouw gezin?
Translate from neerlandés to inglés
Welke talen spreekt men in uw gezin?
Translate from neerlandés to inglés
Welke talen spreekt men in jullie gezin?
Translate from neerlandés to inglés
Waar is je gezin?
Translate from neerlandés to inglés
Waar is mijn gezin?
Translate from neerlandés to inglés
Ons gezin is jammer genoeg te groot voor jullie vakantiehuisje.
Translate from neerlandés to inglés
Ik wil meer tijd met mijn gezin doorbrengen.
Translate from neerlandés to inglés
Elk jaar breng ik mijn gezin naar de hoofdstad.
Translate from neerlandés to inglés
Mijn gezin is alles wat voor mij van belang is.
Translate from neerlandés to inglés
Hij is jong, maar hij moet een talrijk gezin onderhouden.
Tom weet niets over Maria's gezin.
Tom was in zijn gezin altijd al een buitenbeentje.
Ze hebben een gezin.
Ik kom uit een klein gezin.
Het is niet gemakkelijk de jongste in het gezin te zijn.
Tom heeft een gezin.
Tom heeft een leuk gezin.
Tom moet aan zijn gezin denken.
Uiteindelijk is het hele gezin samengekomen.
Het is zo lang geleden sinds ik voor de laatste keer met mijn gezin naar Disneyland ben geweest.
Ik woon met mijn gezin in Australië.
Ik kom uit een groot gezin.
Vertel mij iets over je gezin.
Vertel mij iets over jouw gezin.
Vertel mij iets over jullie gezin.
Keiko is trots op haar gezin.
We hebben een budget nodig voor ons gezin.
Veel jonge mensen van jouw leeftijd werken al en hebben een gezin.
Het hele gezin lag ziek in bed.
Heb je een gezin?
Ik ken haar gezin.
Het vooruitzicht om zich te settelen en een gezin te stichten was tegen de tijdgeest in.
Ik breng Kerstmis niet door met mijn gezin.
Tom koos ervoor om Kerstmis met Mary door te brengen in plaats van met zijn gezin.
Tom koos ervoor om kerst met Mary door te brengen in plaats van met zijn gezin.
Ik kom altijd eerder uit bed dan de rest van mijn gezin.
Ik heb niet genoeg geld om eten voor mijn gezin te kopen.
Ik heb niet genoeg geld om voedsel voor mijn gezin te kopen.
Toms gezin had een hond en een kat.
Ik ben de jongste in het gezin.
Het is niet makkelijk om de jongste in het gezin te zijn.
Dat is een arm gezin.
Ze zijn een arm gezin.
Het is een arm gezin.
Ik ben opgegroeid in een arm gezin.
Tom werd in een arm gezin geboren.
Tom is in een arm gezin geboren.
Ik ben een arme jongen uit een arm gezin.
''Ik wil een groot, gelukkig gezin.'' ''Hoe groot?''
Ik en mijn broer schelen slechts twee jaar, maar mijn zus is twaalf jaar jonger. Ze is het nakomertje binnen ons gezin.
Mijn gezin en ik wonen in Boston.
Het gezin vormt de basiseenheid van de samenleving.
Ik wil een groot gezin.
Ziri moet een gezin onderhouden.
Het gezin is belangrijk.
Ze is de vreugde van het hele gezin.
Hij houdt van zijn gezin.
Wie eet het meest in je gezin?
Hij vertrok met zijn gezin naar Tizi Ouzou.
Heeft Tom een gezin?
Ik werk voor mijn gezin.
Wie praat er in jullie gezin het meest?
Zorg eerst voor je gezin.
Ons gezin is erg arm.