Learn how to use vlak in a neerlandés sentence. Over 57 hand-picked examples.
Hij woont in een stadje vlak bij Osaka.
Translate from neerlandés to inglés
Hij heeft een groot restaurant vlak bij het meer.
Translate from neerlandés to inglés
We maakten het werk vlak voor tien uur af.
Translate from neerlandés to inglés
Gelukkig was er een Armaniwinkel vlak bij het steegje waar Dima had geslapen.
Translate from neerlandés to inglés
De uitgang van de metro is vlak naast de deur van het gebouw.
Translate from neerlandés to inglés
Ik parkeerde mijn auto vlak bij de hoofdingang.
Translate from neerlandés to inglés
Hij was vlak achter mij.
Translate from neerlandés to inglés
Ze hebben wiskunde gebruikt om de vorm van het universum vlak voor en na de oerknal te berekenen.
Translate from neerlandés to inglés
Dat is niet vlak.
Translate from neerlandés to inglés
Dat ongeluk gebeurde vlak bij zijn huis.
Translate from neerlandés to inglés
Ik houd discussies over talen in het oog in de meest verschillende omgevingen, en telkens treft mij de vaststelling dat objectiviteit op dat vlak onmogelijk lijkt. Waarom? Waarschijnlijk omdat taal zo intiem verbonden is met de kern van ons zelfbewustzijn en van onze identiteit.
Translate from neerlandés to inglés
De beste plaats om iets te verbergen is vlak onder de neus van iedereen.
Translate from neerlandés to inglés
Samenwerking op het vlak van defensie bevond zich onder de thema's die werden besproken tijdens een topconferentie van de leden van de Visegrádgroep.
Translate from neerlandés to inglés
Ik woon in Savigny-sur-Orge, een stadje vlak bij Parijs.
Translate from neerlandés to inglés
Het meest besmettelijke moment van ebola is vlak na de dood.
Translate from neerlandés to inglés
Ik wil in een hotel vlak bij het vliegveld verblijven.
Translate from neerlandés to inglés
Vlak om de hoek is er een café.
Translate from neerlandés to inglés
Tom en Maria stonden vlak buiten de deur tegen elkaar te fluisteren.
Translate from neerlandés to inglés
Toms huis is vlak bij de zee.
Translate from neerlandés to inglés
Ik stond vlak achter Tom.
Translate from neerlandés to inglés
Tom luncht vlak bij het kantoor waar hij werkt.
Translate from neerlandés to inglés
Sami voert meestal de isha uit vlak voordat ze naar bed gaat.
Translate from neerlandés to inglés
Wanneer een revisor een fout in een zin opmerkt en corrigeert, is de kans dat hij een fout vlak ernaast over het hoofd ziet ongeveer 75 %.
Translate from neerlandés to inglés
Tom woont vlak bij de luchthaven.
Translate from neerlandés to inglés
Sami woont vlak bij de luchthaven.
Translate from neerlandés to inglés
Tom woont vlak bij het oude brandweerstation.
Translate from neerlandés to inglés
President Lincoln werd vermoord met een schot in het hoofd, vlak achter het linkeroor.
Translate from neerlandés to inglés
Eet niet vlak voordat je gaat slapen.
Translate from neerlandés to inglés
Een man is vlak voor mijn huis aangereden. Ik ben alleen en weet niet wat ik moet doen.
Translate from neerlandés to inglés
Dat incident gebeurde vlak voor hem.
Translate from neerlandés to inglés
Wat zijn uw verwachtingen op het vlak van de bezoldiging?
Translate from neerlandés to inglés
Tom neemt elke dag een bad vlak voor het eten.
Translate from neerlandés to inglés
Er is hier vlak om de hoek een boekenwinkel.
Translate from neerlandés to inglés
Ga vlak achter me zitten.
Translate from neerlandés to inglés
Er lag iets op de grond vlak bij haar. Wat zou het geweest kunnen zijn?
Translate from neerlandés to inglés
De auto stopte vlak voor hen.
Translate from neerlandés to inglés
De auto is vlak voor hen gestopt.
Tom woont vlak naast ons.
De grond is zo vlak als een biljartlaken.
Ik werd vlak voor Tom wakker.
Hij zette me vlak voor mijn huis af.
Tom woonde vlak hiernaast toen ik een kind was.
Het gebouw staat vlak naast me.
Vlak voordat je naar bed gaat, moet je niet eten.
"Waar is mijn hoed?" "Vlak achter je."
"Waar is mijn hoed?" "Vlak achter u."
Tom staat vlak achter me, niet?
Het gebeurde vlak voor mijn ogen.
Het gebeurde vlak voor haar ogen.
Het gebeurde vlak voor zijn ogen.
Een klein meisje met een katje zat vlak bij me.
Tom woonde vlak bij Maria in de straat.
Mijn oom woont vlak over de grens.
Zo snel als de bliksem zwommen de vissen vlak langs mijn oren.
Ze gaat vlak bij hem op een steen zitten.
Hij ging vlak bij haar zusje op de grond zitten.
De bovenkant van de heuvel is vlak.