Learn how to use afspraak in a Néerlandais sentence. Over 76 hand-picked examples.
Ik heb een afspraak met de dokter.
Translate from Néerlandais to Anglais
Ik vroeg om een afspraak maar hij kon geen tijd voor me vrijmaken.
Translate from Néerlandais to Anglais
Michael, dit is het restaurant waar uw vader en ik onze eerste afspraak hadden.
Translate from Néerlandais to Anglais
Hier uw kaart met de afspraak.
Translate from Néerlandais to Anglais
Ze is zelden te laat op een afspraak.
Translate from Néerlandais to Anglais
Het spijt mij dat ik de afspraak op het laatste moment moet afzeggen.
Translate from Néerlandais to Anglais
Ik was te laat voor de afspraak.
Translate from Néerlandais to Anglais
Ik zou graag een afspraak maken bij de dokter.
Translate from Néerlandais to Anglais
Ik heb een afspraak om 3 uur.
Translate from Néerlandais to Anglais
Hebt ge een afspraak met hem?
Translate from Néerlandais to Anglais
Zoals wel vaker het geval is, was Mike deze namiddag te laat op de afspraak.
Translate from Néerlandais to Anglais
Ik ging met de bus, om niet te laat te komen op de afspraak.
Translate from Néerlandais to Anglais
Ik heb vandaag een afspraak met het lot.
Translate from Néerlandais to Anglais
Vandaag is de dag van mijn voorbestemde afspraak.
Translate from Néerlandais to Anglais
Tom heeft om half drie een afspraak bij de tandarts.
Translate from Néerlandais to Anglais
Door plotselinge ziekte moest ze haar afspraak afzeggen.
Translate from Néerlandais to Anglais
Ik wil graag een afspraak met Dr. King maken.
Translate from Néerlandais to Anglais
Ik heb een afspraak met hem om zes uur.
Translate from Néerlandais to Anglais
Is het een afspraak?
Translate from Néerlandais to Anglais
Ik wil je eraan herinneren dat je om half drie een afspraak hebt.
Translate from Néerlandais to Anglais
Heb je een afspraak?
Translate from Néerlandais to Anglais
Ik heb een afspraak om 8 uur.
Translate from Néerlandais to Anglais
Hebt u een afspraak?
Translate from Néerlandais to Anglais
Hebben jullie twee een afspraak?
Translate from Néerlandais to Anglais
Ik heb een afspraak met Tom.
Translate from Néerlandais to Anglais
Tom had een afspraak met Maria.
Translate from Néerlandais to Anglais
Ik heb morgen een afspraak met een vriend.
Translate from Néerlandais to Anglais
We hebben vanmiddag een afspraak.
Translate from Néerlandais to Anglais
Tom had een afspraak voor een check-up.
Translate from Néerlandais to Anglais
Sorry, maar ik heb al een afspraak.
Translate from Néerlandais to Anglais
Ik heb een andere afspraak.
Translate from Néerlandais to Anglais
Ik heb een afspraak bij de oogarts.
Translate from Néerlandais to Anglais
Afspraak is afspraak.
Translate from Néerlandais to Anglais
Ik heb al een afspraak.
Translate from Néerlandais to Anglais
Ik heb vanochtend een afspraak.
Translate from Néerlandais to Anglais
Ik moest mijn afspraak uitstellen.
Translate from Néerlandais to Anglais
Mijn dochter heeft morgen een afspraak bij de tandarts.
Translate from Néerlandais to Anglais
Probeer zo snel mogelijk een afspraak te maken.
Translate from Néerlandais to Anglais
Een afspraak in de ochtend is voor mij beter.
Translate from Néerlandais to Anglais
Hebben jullie een afspraak?
Translate from Néerlandais to Anglais
Heeft u een afspraak?
Translate from Néerlandais to Anglais
Bezoek vindt alleen plaats op afspraak.
Translate from Néerlandais to Anglais
Moeten we een afspraak maken of vinden we jullie ter plekke?
Translate from Néerlandais to Anglais
Leg een afspraak vast.
Translate from Néerlandais to Anglais
Ik heb een afspraak bij de kapper.
Translate from Néerlandais to Anglais
Ik verzette de afspraak naar vier uur.
Translate from Néerlandais to Anglais
Hij zal nu naar de tandarts gaan en wachten, want hij kan het niet riskeren zich te vergissen in de tijd van de afspraak.
Translate from Néerlandais to Anglais
Ik heb een belangrijke afspraak vandaag.
Mijn tand doet pijn. Ik moet een afspraak maken bij mijn tandarts.
Enkel op afspraak.
Heeft hij een afspraak?
Ik wilde jullie afspraak vandaag afzeggen.
Wie heeft de afspraak verzet?
Tom heeft vanmiddag een afspraak bij de dokter.
Wanneer is je afspraak?
Tom had geen afspraak.
Ik dacht dat we een afspraak hadden.
Ik wilde onze afspraak niet uitstellen.
Ik zou graag een afspraak maken om u vanmiddag te zien.
Ik zou graag een afspraak maken om u deze namiddag te zien.
Meneer Smith is er niet. Wilt u een afspraak maken om hem te zien?
Dat was de afspraak niet.
We hebben vandaag een afspraak met Tom.
Ik heb vanmiddag een afspraak waar ik heen moet.
Ik had een afspraak.
Hoe laat is je afspraak bij de dokter?
Hoe laat is uw afspraak bij de dokter?
Kunnen we een andere afspraak maken?
Ik heb een afspraak gemaakt.
Hebben Tom en Mary een afspraak?
Maria had een afspraak met een dokter.
Tom heeft een afspraak voor zichzelf gemaakt.
Sami heeft een afspraak bij de tandarts.
Ik heb een afspraak met een oncoloog ingepland.
Hallo Karin. We hebben vandaag om 11 uur een afspraak. Ik kan er helaas niet bij zijn. Nog een fijne dag.
„Ik heb een afspraak bij de dokter nodig. Ik bel nu om er een te maken.” – „Ga er maar heen! Dat gaat sneller dan iemand aan de lijn te krijgen. Ofwel is de lijn bezet, ofwel neemt niemand op.”