Learn how to use koken in a Néerlandais sentence. Over 100 hand-picked examples.
Mijn moeder is bezig het avondeten te koken.
Translate from Néerlandais to Anglais
Maar ik kan goed koken.
Translate from Néerlandais to Anglais
Wat koken jullie?
Translate from Néerlandais to Anglais
Zij is gek op koken.
Translate from Néerlandais to Anglais
Ik ben aan het koken.
Translate from Néerlandais to Anglais
Wat zijn jullie aan het koken?
Translate from Néerlandais to Anglais
Heb jij leren koken of zo?
Translate from Néerlandais to Anglais
De afzuigkap is stuk, daardoor verspreidt de vettige wasem van het koken zich nu door de hele keuken.
Translate from Néerlandais to Anglais
Bob kan koken.
Translate from Néerlandais to Anglais
Ik zag u koken.
Translate from Néerlandais to Anglais
Ik heb u nooit zien koken. Kunt gij werkelijk iets klaarmaken?
Translate from Néerlandais to Anglais
Daar mijn moeder vandaag ziek is, zal mijn vader koken.
Translate from Néerlandais to Anglais
Wie begonnen is met koken, loopt beter niet weg van het vuur.
Translate from Néerlandais to Anglais
Ik ben gewoon om voor mezelf te koken.
Translate from Néerlandais to Anglais
Ik hou van koken.
Translate from Néerlandais to Anglais
Ik ben niet van plan om voor twintig man te koken.
Translate from Néerlandais to Anglais
Laat Bob koken.
Translate from Néerlandais to Anglais
Hij kan goed koken.
Translate from Néerlandais to Anglais
Bij de rijken leert men sparen, bij de armen koken.
Translate from Néerlandais to Anglais
Mijn hobby is koken.
Translate from Néerlandais to Anglais
Ik wist niet dat ge zo goed kondt koken.
Translate from Néerlandais to Anglais
Je moet misschien water laten koken.
Translate from Néerlandais to Anglais
Zout is een onmisbaar ingrediënt om te koken.
Translate from Néerlandais to Anglais
Hij wil leren koken.
Translate from Néerlandais to Anglais
Ik kan niet koken.
Translate from Néerlandais to Anglais
Mijn vrouw is nu aan het koken.
Translate from Néerlandais to Anglais
Marie kan zonder een voorgeschreven recept alles koken.
Translate from Néerlandais to Anglais
Ze zal moeten koken voor iedereen.
Translate from Néerlandais to Anglais
Ik ga proberen te koken.
Translate from Néerlandais to Anglais
Ze heet Mei. Ze is aan het koken in de keuken.
Translate from Néerlandais to Anglais
We gaan koken.
Translate from Néerlandais to Anglais
Ik ken veel mensen met drukke banen en gezinnen die meukvrij koken.
Translate from Néerlandais to Anglais
Laat de champignons ongeveer drie minuten koken en voeg er dan op het einde de gewassen en fijn gesneden peterselie bij.
Translate from Néerlandais to Anglais
Tom toonde aan Maria hoe ze water kon koken in een kartonnen bekertje.
Translate from Néerlandais to Anglais
Tom kan niet koken.
Translate from Néerlandais to Anglais
Ik voel een verschrikkelijke woede diep in mij koken.
Translate from Néerlandais to Anglais
M'n pa leert me koken.
Translate from Néerlandais to Anglais
Mijn vader leert me hoe ik moet koken.
Translate from Néerlandais to Anglais
Ik ben gewend om voor mezelf te koken.
Translate from Néerlandais to Anglais
Water is smaakloos na het koken.
Translate from Néerlandais to Anglais
Ze gaan voor u koken.
Translate from Néerlandais to Anglais
Wanneer ik begin te koken, is hij altijd verdwenen.
Translate from Néerlandais to Anglais
Tom is aan het koken.
Translate from Néerlandais to Anglais
Alison kan niet koken.
Translate from Néerlandais to Anglais
Ik wou dat mijn vrouw kon koken.
Translate from Néerlandais to Anglais
Ze gaan voor jullie koken.
Translate from Néerlandais to Anglais
Pasta koken is makkelijk.
Translate from Néerlandais to Anglais
Waarom kan jij zo lekker koken?
Translate from Néerlandais to Anglais
Ik heb de pasta te lang laten koken.
Translate from Néerlandais to Anglais
Mijn vader kan goed koken. En wat mijn moeder betreft, zij kan goed eten.
Translate from Néerlandais to Anglais
Ik kan niet goed koken.
Tom kan erg goed koken.
Tom kan goed koken.
Laten we de vis koken en eten!
We koken met een stok.
Ik heb geen lust om te koken.
Ik wilde niet koken.
Tom kan koken.
Kan Tom koken?
Tom wil vandaag niet koken.
Wat heb je zitten koken?
Wat hebt u zitten koken?
Wat hebben jullie zitten koken?
Ze koken.
We koken.
Moeder is in de keuken aan het koken.
Tom is aan het koken in de keuken.
Tom is eieren aan het koken in de keuken.
Tom weet hoe je spaghetti moet koken.
Ik ben aardig goed in het koken van spaghetti.
De aardappels koken.
Ik ben water aan het koken.
Wij koken water.
Wij zijn water aan het koken.
Ik kan koken.
Ik kan niet echt goed koken.
Hou je van koken?
Houdt u van koken?
Houden jullie van koken?
Tom is eieren aan het koken.
Ik wist niet dat je kon koken.
Zij koken zonder zout.
Wij zullen koken.
Ik wist niet dat je zo goed kon koken, Tom.
Deze groenten koken langzaam.
Ze is eraan gewend zelf te koken.
Wie niet kan koken, deugt niet als chef-kok in een keuken.
Mary is aan het koken.
Dit is hoe we rijst koken.
Zo koken we rijst.
Ik denk dat ik vandaag vroeg naar huis ga en ga koken.
Mary kan van alles koken zonder een recept te gebruiken.
Wat je aan het koken bent, ruikt goed.
Wat ben je daar aan het koken?
Zij koken.
Wij koken.
Jullie koken.
Ze zijn nu aan het koken.
Ze koken nu.
Ik ben nu aan het koken.