Learn how to use toevallig in a Néerlandais sentence. Over 68 hand-picked examples.
Ik kwam dat restaurant toevallig tegen.
Translate from Néerlandais to Anglais
Niet lang daarna kwamen we elkaar weer toevallig tegen.
Translate from Néerlandais to Anglais
Weet je toevallig waar ze woont?
Translate from Néerlandais to Anglais
We kwamen elkaar toevallig tegen.
Translate from Néerlandais to Anglais
Kent gij toevallig een professor Braun?
Translate from Néerlandais to Anglais
We hebben haar toevallig ontmoet in het park.
Translate from Néerlandais to Anglais
De proefpersonen voor het experiment waren toevallig uitgekozen.
Translate from Néerlandais to Anglais
Kent gij toevallig een heer met de naam Braun?
Translate from Néerlandais to Anglais
Ik heb toevallig het boek gevonden.
Translate from Néerlandais to Anglais
Geheel toevallig ontmoette ik mijn oude vriend in de luchthaven.
Translate from Néerlandais to Anglais
Kent ge toevallig niet zijn naam?
Translate from Néerlandais to Anglais
Ik heb toevallig uw moeder gezien in de bibliotheek.
Translate from Néerlandais to Anglais
Toevallig ben ik hem tegengekomen.
Translate from Néerlandais to Anglais
Tijdens een wandeling in het park kwam ze toevallig haar oude vriendin tegen.
Translate from Néerlandais to Anglais
We hebben elkaar toevallig ontmoet aan het station.
Translate from Néerlandais to Anglais
Kent gij toevallig professor Brown?
Translate from Néerlandais to Anglais
De programmeertaal kiezen we vaak min of meer toevallig of uit gewoonte, maar dergelijke aanpak verdient geen aanbeveling.
Translate from Néerlandais to Anglais
Als Jason me toevallig belt, vertel hem dan dat ik er niet ben.
Translate from Néerlandais to Anglais
Ik ben haar toevallig tegengekomen op straat.
Translate from Néerlandais to Anglais
De woordkeuze is natuurlijk niet toevallig.
Translate from Néerlandais to Anglais
Het thema van de verwarming van de aarde kwam toevallig ter sprake tijdens de conferentie.
Translate from Néerlandais to Anglais
Zij nam toevallig een bad.
Translate from Néerlandais to Anglais
Ik heb hem eergisteren toevallig ontmoet op de trein.
Translate from Néerlandais to Anglais
Ik ben toevallig een vrij goede schaker.
Translate from Néerlandais to Anglais
We stapten toevallig op dezelfde bus.
Translate from Néerlandais to Anglais
Je weet daar niet toevallig iets van, toch?
Translate from Néerlandais to Anglais
Je hebt toevallig geen lust om naar de bioscoop te gaan?
Translate from Néerlandais to Anglais
Ik heb ze gisteren toevallig in een restaurant ontmoet.
Translate from Néerlandais to Anglais
Toevallig zag hij een zeldzame vlinder.
Translate from Néerlandais to Anglais
We hebben hem toevallig in het park ontmoet.
Translate from Néerlandais to Anglais
Zoiets gebeurt niet toevallig.
Translate from Néerlandais to Anglais
Ik heb gisteravond toevallig mijn leerkracht ontmoet in een restaurant.
Translate from Néerlandais to Anglais
Toen ik gister toevallig Tom tegenkwam, zag hij er nogal moe uit.
Translate from Néerlandais to Anglais
Dus je hebt haar gisteren niet toevallig gezien?
Translate from Néerlandais to Anglais
De proefkonijnen werden toevallig gekozen.
Translate from Néerlandais to Anglais
Ik heb Jane toevallig in de supermarkt ontmoet.
Translate from Néerlandais to Anglais
Sami was toevallig de imam van een plaatselijke moskee.
Translate from Néerlandais to Anglais
Als Tom toevallig komt, geef hem dan dit papiertje.
Translate from Néerlandais to Anglais
Ken je Tom toevallig?
Translate from Néerlandais to Anglais
Ik vond dit restaurant toevallig.
Translate from Néerlandais to Anglais
Je hebt toch niet toevallig een potlood, of wel?
Translate from Néerlandais to Anglais
Dit is toevallig gebeurd.
Translate from Néerlandais to Anglais
We ontmoetten elkaar toevallig bij het station.
Ik trof hem puur toevallig.
Er gebeurt niets toevallig.
Niets gebeurt toevallig.
We ontmoeten niemand toevallig.
Toevallig kwam ik haar in de winkel tegen.
Ik kwam haar toevallig op straat tegen.
Gisteren kwam ik Tom toevallig tegen.
Bent u toevallig arts?
Toevallig ben ik een goede chauffeur.
Hoe toevallig!
Tom kwam Maria toevallig tegen op weg van school naar huis.
We zaten toevallig in dezelfde trein.
Zijn er hier vanavond toevallig touristen?
Het was geheel toevallig.
Die vent is toevallig een oplichter.
Hij bezocht me toevallig.
Ik ontmoette haar toevallig.
Volgens mij was het gewoon toevallig dat Tom en Mary dezelfde kleur kleding droegen.
Het is toevallig een besmettelijke ziekte.
Toevallig had ik geen geld bij me.
Weet jij toevallig waar Tom is?
Ik ben haar toevallig in het station tegen het lijf gelopen.
Heb jij toevallig contant geld bij je?
Ik zag haar toevallig in de bus.
Ik ben haar toevallig in de bus tegengekomen.